← Table of contents
Reize door Frankrijk

Note 6 — Achtste Brief.

Reading edition

’s Nachts om twaalf uren vertrok ik met den gewonen postwagen (de l’entreprise Generale), van Avignon naar Marseille, en betaalde voor een plaats in de Cabriolet, dat is te zeggen, voor in, £ 15–:–: en voor mijn koffer, ruim een çentenaar wegende, £5–:–: dezen postwagen vond ik al buitengewoon ruim en vermakelijk. De sterren schenen helder, en hoewel men ’s nachts veel mist, ten opzigten van het gezigt, is het toch aan den anderen kant, in dit jaargetij, weder aangenaam, om de hitte te vermijden. Wij werden door twee Gens d’armes te paard begeleid, omdat ’er gelden of papieren van het Gouvernement op den wagen waren, tot waar men de Durance overvaart, omtrent een paar uren van Avignon. De stroom van dezen rivier, die zijn’ oorsprong neemt in de Alpen, is zeer sterk, en daardoor onbevaarbaar, te meêr om de menigte eilandjes en zandbanken, die zich gedurig verplaatsen. Zelfs de bedding van de rivier verlegt zich dikwijls, en de landen hier om streeks worden aanhoudend door overstroomingen beschadigd. Bruggen zijn daar dan ook niet gemakkelijk te maken, echter naar ik vernam, was men bezig, om het wat lager dan dit veer met eene houten brug te beproeven. Thans was de Durance, door den aanhoudenden regen, ook zeer hoog. Wij wierden met een soort van pont aan een reep, die echter op verre na zoo gemakkelijk en geschikt niet was, als onze ponten, overgezet, tot een groote zandplaat, of liever bank van keisteentjes, en van daar met een tweede diergelijke pont, tot aan den oever. Dit overzetten hield ons omtrent een half uur op. Even voor het opkomen van de zon, terwijl het vrij sterk daauwde, zag ik omtrent in het zuiden een’ flaauwen regenboog. Toen de zon opkwam, en de daauw optrok, was het zoo frisch, dat wij ’er eenigzins hinder van hadden, dit heeft in deze luchtstreek, en in dit jaargetij, dikwijls plaats, en hoewel het over dag zeer heet is, kan het in den morgenstond zeer koud zijn. Over het algemeen, in dit gedeelte van Frankrijk, voorheen onder den naam van Provence bekend, heeft ’er eene zeer groote verscheidenheid in het luchtgestel plaats: om dat men ’er vrij hooge bergen, moerassen, rivieren, vlaktens, en zeestranden heeft. De vruchtbaarheid van den grond is dan ook zeer onderscheiden: men zegt daarom, dat men in Provence te gelijkertijd de vier jaargetijden vindt. Het stadje Orgon, 3½ post van Avignon, en daar wij doorreden, na van paarden verwisseld te hebben, zag ’er niet zeer gunstig uit, het ligt tegen eene vrij steile hoogte. Lambesc een ander stadje, omtrent 3 posten verder, beviel mij beter; het is aangenaam gelegen, en de omstreek schijnt nog al vruchtbaar te zijn, tot nog toe anders was de grond over het algemeen steenachtig en onvruchtbaar. In de omstreek van Lambesc vindt men marmergroeven. Te St. Cannat, daar wij omstreeks negen uren aankwamen, wilde men ons al doen eten, dat is te zeggen, een’ maaltijd doen nemen, die het ontbijt en middagmaal in zich vereenigen moest; dit beviel mij niet; ik ging dan met een’ man van Aix, die ook op den postwagen was, in een klein herbergje, waar het ’er vrij gnap uitzag, niet ver van het posthuis; hier gaf men ons persiken, watermeloen, die men hier pastèque noemt, zoo veel brood, als wij lusten, en een fles vrij goeden wijn, en dit alles koste voor ons beide maar 9 Fransche stuivers. De vrouw scheen een goede huismoeder te zijn, en hield zich met een paar lieve kinderen bezig; de boer, die teffens hospes was, had een gezond oordeel, en scheen zeer aan de eerste beginselen van de omwenteling gehecht, en daar hij hoorde, dat wij het hieromtrent met hem eens waren, kwam hij met verscheidene gegronde aanmerkingen, aangaande de tegenswoordige tijdsomstandigheden, vrij rondborstig voor den dag. Ik praatte veel met deze goede lieden, en dit ontbijt is zeker een van de aangenaamste, die ik tot hier toe op deze reis aangetroffen heb.—Men wil dat de Franschen over ’t algemeen niet geschikt zijn voor eenen Republikeinschen regeringsvorm, indien ’er evenwel hier en daar sommige huishoudens, als dit gevonden werden, zoo als ik veronderstel, dat zij ’er wel te vinden zijn, als men zich de moeite gaf om ze optezoeken, en de zuivere Republikeinsche grondbeginsels werden wat aangemoedigd, zouden zij ’er wel geschikt voor kunnen worden, dunkt mij.—Mogelijk is dit het oogmerk dan ook wel van het tegenwoordige Gouvernement, en wie kan gelooven, dat al het geene zoo veele groote mannen, vooral ook in Frankrijk, dienaangaande geleerd hebben, geheel zal uitgewischt of in vergetelheid gebragt worden.—Het dorp St. Cannat beteekent niet veel, en de grond scheen ’er mij ook al niet zeer vruchtbaar. In het begin van de vorige eeuw ontdekte men een uur van dit dorp aan de zuidzijde, een mijlpaal, die ’er het 21 jaar van de Christelijke jaartelling, onder Keizer Tiberius, geplaatst was. De reisweg der Romeinen van Aix naar Arles, liep daar langs. Van St. Cannat tot Aix rekent men 2 posten, of omtrent 3 mijlen van Provence; dat is bijna zoo veel uren gaans. De landstreek blijft aanhoudend berg- of rotsachtig en de grond over het algemeen woest. De gezigten, hoewel niet vrolijk, leveren nog al eenige verscheidenheid op, en houden daar door den reizenden aangenaam bezig. Om het onbelemmerd gezigt vooruit, is dan de cabriolet ook verkiesselijk boven het binnenste van den wagen. Aix, voorheen de hoofdstad van Provence, thans van het Departement les bouches du Rhone, ligt in eene aangename vlakte aan den voet van verscheidene heuvels; hier begon de natuur weder eene vriendelijke gedaante aantenemen. Wij moesten buiten om de stad rijden en verwisselden daar ook van paarden; doch de Conducteur hield zich op mijn verzoek wat op, zoo dat ik den tijd had, om even in de stad te gaan en de fraaije wandeling te zien, en ’er mij een weinig te ververschen; deze stad is de oudste, die de Romeinen onder de Gaulen gehad hebben; zij werd gebouwd in het land der Salyes, die, volgens Strabo, verdeeld waren in zes cantons, voor dat zij aan de Romeinen onderworpen werden. Zij bestond dus reeds, toen ’er de Romeinen eene kolonie naar toe zonden, 46 jaren voor de Kristelijke Jaartelling. Misschien lokten de warme baden, en de nabijheid van Marseille hen hier naar toe; althans deze kolonie, wierd aanmerkelijk onder die welke de Romeinen in Provence hadden. Verscheidene oudheden, opschriften en medailles, die hier van tijd tot tijd gevonden zijn, dienen om meerder licht over de geschiedenis van deze stad te verspreiden. De Graven van Provence hielden hier hun gewone verblijf, en het Parlement enz. van die Provincie zijne zitting. Bij mijne terugkomst van Marseille kom ik hier weder door, zal ’er dan langer trachten te blijven, en ’er u meêr van weten te vertellen. De weg naar Marseille is aangenaam en zeer levendig, hier en daar fraaije gezigten, buitenplaatsen, fonteinen en boomen; voor de herbergen lag een menigte watermeloenen, die men aan de reizende om zich te verfrisschen, voor eenen zeer geringen prijs verkoopt; zij zijn zeer sappig, en men houdt ze hier voor gezond, zoo zelfs, dat men ’er, hoewel verhit, gerust van kan eten; doch zij zijn flaauw van smaak. Op de hoogte, een uurtje van Marseille, heeft men een treffend schoon gezigt; links in het dal ziet men een menigte buitenplaatsen en lusthuizen, die de Marseillanen les Bastides noemen, en regts in de Middellandsche zee tot aan den gezigtseinder: de eilanden, of rotsen die zich als heuvels uit zee verheffen, Pommegue, Bottaneau en de sterkte, die men le Fort d’ Is noemt, breken op eene aangename wijze het gezigt op dezen uitgestrekten plas; regt uit heeft men de stad, doch die houdt zich nog meest verscholen, en verder een keten van hooge rotsen. De weg bij Marseille is zeer vrolijk; hier staan een menigte herbergjes (ginguetes) daar veel volk was, rijtuigen, paarden, opgeschikte wandelaars, alles kondigde de nabijheid aan van eene voorname stad. Wij kwamen de poort, die men la porte d’Aix noemt, binnen. Welk een ongemeene lange regte straat! wat verder is dezelve aan beide zijden met boomen beplant, en daar wandelde in het midden een menigte meestal fraai gekleede Heeren en Dames. Deze wandeling noemt men hier ook le Cours. Op de fraaije en ruime plaats genaamd la canne biere (misschien wel van het Hollandsch kanne bier6 afkomstig) houdt de wagen stil; het was omtrent 7 uren, toen wij aankwamen. Aix en Marseille zijn 4 posten van elkander afgelegen. Ik gaf den Conducteur meêr dan gewoonlijk, omdat hij zich om mij te Aix een kwartier langer had opgehouden, en hij was zeer wel te vreden. Het grand Hotel des Ambassadeurs, waar ik mijn intrek nam, is hier digt bij. Nu weet gij dat ik te Marseille ben—Vaarwel!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings