Editorial note — Achtste Brief.
Reading edition
Voorts komt dit bericht, uit een Fransch Journaal overgenomen, mij te belangrijk voor, om het u niet vertaald mede te deelen:
Den 15 Fructidor I. l. (12 J.) vertrokken de Leden van het Atheneum van Vaucluse, met het aanbreken van den dag van Avignon, om zich naar de valei van Vaucluse, vijf mijlen van deze stad gelegen te begeven, en ’er den eersten steen van het gedenkteeken voor Petrarca te leggen, tot welks stichting deze Maatschappij besloten had. Het Atheneum werd van eene groote menigte Dames en Inwoners vergezeld. De stoet wies bij elken voetstap aan. Door l’Isle trekkende, had zij het genoegen prachtig en vriendelijk onthaald te worden; maar de overheid van het kleine dorpje Vaucluse, wilde voor die van l’Isle niet onderdoen in die van Avignon wel te ontvangen. De plegtigheid begon met eene statelijke mis, na welke de bijeengevloeide schare aanschouwers zich op de afhangende heuvels verspreidde, die aan de bron grenzen, waarheen weldra zich het Atheneum wendde. De Adjunct van Vaucluse riep het eerst de schim van den minnaar van Laura aan. De President van het Atheneum deed daarop eene redevoering, op de plegtigheid toepasselijk, terwijl tusschen beide verscheide Dichters en Redenaars, en vooral den Heer Piot, de een na den ander een talrijk en uitgezocht Auditorium, belangrijk wisten bezig te houden. Een Ingenieur bood vervolgens den troffel aan den President, die den eersten steen van het gedenkteeken leide. De troffel kwam vervolgens in handen der Leden van de Maatschappij, en in die van verscheidene Dames. Den ganschen dag waren ’er eenvoudige banken aan de boorden van Vaucluse opgeslagen. Men kon toen in waarheid zeggen, dat de echo’s de onsterfelijke namen van Petrarcha en Laura herhaalden. Onder deze namen mengden de geestdrift en het gevoel, die van den grooten Napoléon en zijne vorstelijke gemalin. Dus vermengden zich in alle monden, in alle harten, de roemrijke namen van een Dichter, die zijne Eeuw tot eer verstrekte, en een held, die de zijne met zijn naam vereert. Openbare spelen verbeiden te l’Isle de terugkomst van het Atheneum, en duurden tot laat in den nacht.