Note 2 — IV. Brief uit Rome.
Reading edition
Ik kan, wat de meeste der kunstbeschrijvers doen, in de Sixtijnsche kapel niet juist dàt zien: de eenheid, de volmaaktheid der eindconceptie van het geheel. In de Sixtijnsche kapel zie ik eerst: het Laatste Oordeel, de reusachtige altaarfresco: een gewriemel van alle even zwaar gespierde ledematen in een somber, door den adem van eeuwen geëmbrouilleerd koloriet. Heel boven meen ik in een machtige figuur, die mij bliksemend treft, God te zien of minstens Jezus, maar ik vergis mij:2 het is maar de profeet Jonas... En nu eerst ziet de blik, die zakt, den Oppersten Rechter, in een geagiteerde houding, die ik niet begrijp...