← Table of contents
Over literatuur

Note 5 — M.H. VAN CAMPEN

Reading edition

Deze Jehoeda ha-Levi is dezelfde, die door Heine zonderlingerwijze Jehuda ben Halevi wordt genoemd, en wien hij in zijne Hebräische Melodien, o.m. "Eine wunderbare, grosse Feuersäule des Gesanges" noemt. Ziehier twee voorbeelden van zijn echt-Oostersche beeldvorming:

Die Sonne sinkt, die Nacht erhebt sich Der Mond erscheint mit goldnem Rand, Die Stern' im Meer gleich, irren Wandrern Die unstät zich'n in fernem Land.

Voeldet ge ook niet het bannelingssentiment van den Jood in deze laatste regels?—En dit, geschreven na op zijn tragischen pelgrimstocht naar Palestina, van waar hij nimmer terugkeerde, Tyrus te hebben bezocht:

Heil Tyrus! Deinen Weisen Heil! Sie haben In's Herz mir ihre Namen eingegraben Und sich zum Meer ein zweites noch erkieset: Mein Auge,das von Thränen uberfliesset.

Overigens: hoezeer 't ook geheel eens met hen, die hem als Hebreeuwsch stylist op één lijn met de groote bijbelsche dichters stellen, geloof ik, dat hij als dichter onder die Grooten blijft. Hij heeft niet immer de enorme hartstocht, het werelddragende gebaar van een Jesja'ja. Eerder nog, dunkt mij, is hem het zoet-idyllische van het Hooglied eigen, aan welks geluid het zijne ook verwant is. Hij is ook soms—ik spreek nu alleen van zijn profane verzen—wat klein-speelsch....—Daarbij komt: ten eerste, dat hij in een doode taal dichtte; ten tweede, dat hij in een vreemde maatschappij leefde, wier anti- of on-Joodsche richting niet kan hebben nagelaten, een nadeeligen invloed op zijn Joodsch-dichterschap te oefenen.

Ook een opvallende uiterlijkheid wijst dien invloed aan. Het liefdeleven van de hem omringende Arabische samenleving was sterk homosexueel getint, de geringschatting voor de vrouw algemeen, 't geen tot gevolg had, dat ook een dichter die een liefdesvers tot een vrouw richtte, den schijn aannam, tot een man te spreken. Welnu, Jehoeda ha-Levi wien, zonder eenige twijfel alle homosexueele neigingen volkomen vreemd waren, en die overigens als streng-traditioneel Jood ze ook als helsche zonde verfoeide, heeft meer dan eens die Arabische dichterlijke mode gevolgd. ("Il faut remarquer" zegt Luzzatto, geciteerd bij Geiger, "que la pédérastie était en honneur chez les Arabes (comme chez les Grecs), et que les poètes juifs parlent de leurs amis comme si c'étaient des amants").

Een dergelijk gedichtje van zijn hand, door mij uit het Hebreeuwsch vertaald, waarbij ik alle de geliefde als man travesteerende taalvormen weer in vrouwelijke omzette, moge ten voorbeeld hier volgen:

Zij, tot wier losprijs ik mij Gode wijdde, Heeft dezen nacht bij harp en zang doorwaakt, En daar ik dorstig bij den roemer beidde, Aldus, zoet manende, mijn lust gelaakt: "Drink, Dichter, wijn ten beker mijner lippen Vóór Dageraad den zwarten vool laat glippen, Waarop goudverwig 't maangebloemte blaakt."

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings