Note 29 — HET HISTORISCH-MATERIALISME IN DE LITERAIRE CRITIEK
Reading edition
Er is overigens, in dat tusschenzinnetje "daar In de poëzie de daad geldt, niet de aanleg," nog een van die typische denk-fouten welke door het marxistisch-aesthetisch denken vooral veroorzaakt worden, de meening namelijk, dat de kunstdaad nog iets anders zou kunnen weerspiegelen dan de aanleg, dat de daad bijv. kleiner zou kunnen zijn—zeg bijv.: door neerdrukkende omstandigheden—dan de aanleg, die immers niets anders is dan de potentie van den kunstenaarsgeest. Gorter verwart hier weer de stof, waarin de daad zichtbaar is geworden met de daad-zelf, d.i. de beweging van den kunstenaarsgeest. Wat hij de daad noemt, is in waarheid het product van de daad. Dit product weerspiegelt de daad èn de worsteling van de daad met de stof èn met de haar weerstrevende omstandigheden, maar die daarin dus névens al het andere zichtbaar geworden daad-zelf, in haar bewegen: hoe zij worstelt, overwint of succombeert, is alleen en uitsluitend de zuivere spiegel van de grootte, de macht of de zwakheid van den aanleg. Men kan dus niet zeggen, "dat in de poëzie de daad geldt, niet de aanleg," alsof uit beiden iets verschillends zou kunnen blijken!