Note 44 — Van 1265 tot 1860.
Reading edition
Na bovengemelde verzoening, was de Graaf sedert dien tijd, omtrent de stad Oudewater zelfs zoo gunstig gestemd, dat hij op St. Andriesdag ten jare 1393 aan die van Oudewater bij oirconde beloofde, met Heer Otto van Asperen niet te zullen zoenen, voor hij de stad bevrijd had van alle namaning, wegens schulden van tienden, die nu aan den Graaf voldaan waren44; en dat de Burgemeesteren, Schepenen en Raden van Oudewater, tegenwoordig waren ter vergaderinge in den Haag waarbij de Graaf regels stelde op de munt, enz.; maar bovenal, dat hij Woerden en Oudewater ten zelfden jare authoriseerde, om de bannelingen, die wegens Willem Kusers dood voortvlugtig waren, te mogen »aentasten en vangen waer dat ghy hen vinden condt, binnen in onsen Landen of er buiten, ende die brenght in onser vangenisse, so dat ghy ons die moeght leveren ten onsen wille.” Zelfs was zijn wil hieromtrent zoo nadrukkelijk, dat wanneer de voortvlugtigen, zich met kracht verweren mogten, zij vrijheid hadden met hen te doen, zooals zij wilden, zullende hij het aanmerken als zulks door hem zelven gedaan.45