Note 41 — MYTHOLOGIE.
Reading edition
Men denke echter niet dat er voorheen tegen al dat bijgeloof niet werd geijverd zulks te beletten, en ook om dat heidensch offervuur tegen te gaan. Indien wij toch een tal van boeken inzien, waaruit het tegendeel blijkt, is dit maar al te waar. Zoo zien wij b.v. in den eersten jaargang de Navorscher, bladz. 45 en 46, het stukje van D. J. Veegens over de Paasch- en Ostera-vuren. „Dat gebruik” zoo staat daar, „heeft zich staande gehouden in weerwil van den tegenstand der geestelijkheid, die niet ophield daartegen te ijveren. Zoo leest men b.v. in art. V van de ordonnantiën der eerste kerkvergadering onder Bonifacius, van 21 April 742, den last van Carloman aan iederen Bisschop, om met behulp van den graaf, die de beschermer zijner kerk is, zorg te dragen tegen het plegen van heidensche bijgeloovigheden, en daaronder van die heiligschendende vuren die zij nedfrates noemen. Batavia sacra, bladz. 298. ↑