Note 2 — I.
Reading edition
Omtrent Papekop strookt dit ook vrij goed met het onderzoek van laatstgenoemden ervaren geoloog: „Er zijn aldus geene redenen—zegt hij, na over de boorputten van Gouda en Leiden gesproken te hebben—die niet mogen doen aannemen, dat in Zuid-Holland, op eene geringe diepte onder de alluviale klei en het lage veen het diluvium begint, en dat dit het zand is, hetwelk bij Utrecht op 2 el diepte wordt aangetroffen, bij Woerden op gelijke diepte, en ook, welligt in een voormaligen uitgeschuurden tak van den Rijn op 7 el; bij het station Papekop regelmatig op deze diepte; bij Gouda op 9 tot 12 el, en bij Rotterdam waar de Rijnspoorweg tegen den zeedijk oploopt, op 14,5 el onder de oppervlakte. Grondboringen langs deze rigting hebben zulks aan het licht gebragt.”2