Note 1 — EEN VRIEND.
Reading edition
Zij begon sensatie-verhalen te schrijven—want in die duistere tijden las zelfs het volmaakte Amerika bombast. Zij sprak er met niemand over, maar stelde een “treffende geschiedenis” op, en bracht die stoutmoedig zelve naar den heer Dashwood, den uitgever van “De Wekelijksche Vulkaan”. Zij had wel nooit Sartor Resartus1 gelezen, maar haar vrouwelijk instinct leerde haar, dat kleederen dikwijls grooter invloed uitoefenen dan karakterdeugden of de toovermacht van goede manieren. Zij trok dus haar beste pakje aan, en terwijl zij zich trachtte wijs te maken, dat zij noch opgewonden, noch zenuwachtig was, klom zij moedig twee donkere vuile trappen op, en kwam in een wanordelijke kamer vol tabaksrook, en in tegenwoordigheid van drie heeren, wier hielen zich in hooger luchtstreken bevonden dan hun hoeden, welke laatste kleedingstukken door geen van allen bij haar verschijning werden afgenomen. Eenigszins afgeschrikt door deze ontvangst aarzelde Jo op den drempel, en fluisterde erg verlegen: