← Table of contents
Op den Tarn

Note 1 — Op den Tarn.

Reading edition

De scheuren in het plateau zijn ongeveer 500 M. diep; er zouden dus zes Westertorens1 in op elkaar gezet moeten worden, voordat iemand, die op het bovenste haantje zat, zijn blikken over het plateau zou kunnen laten weiden. De breedte varieert van 1 tot 5 K.M. Door deze insnijdingen stroomen riviertjes. De groote massieve blokken, een soort eilanden, doordat ze aan alle kanten door deze scheuren ingesloten worden, heeten causses, in het landsdialect caous. Reeds de naam wijst de geologische gesteldheid aan. Hij staat in verband met ’t Latijnsche woord “calx”, welks accusatief “calcem” het grondwoord is van ons kalk. De scheuren noemt men cañons, eigenlijk een Spaansch woord, dat “buis” of “kanaal” beteekent. Van de grootste causses noem ik de Causse de Sauveterre, de vruchtbaarste van alle, voorzoover er bij deze steenvlakten van vruchtbaarheid sprake kan zijn; verder de Causse Méjean, de onvruchtbaarste en de hoogste tevens; eindelijk de Causse Noire, de kleinste, doch voor den toerist de eigenaardigste; ten slotte de Larzac, de grootste, die meer dan 1000 K.M.2 oppervlakte heeft.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings