Note 49) — III. DE KEPER.
Reading edition
Het behoeft nauweliks opgemerkt, dat deze zedelike blaam slechts de instelling treft en niet van haar onschuldige tot oorlogvoeren gedoemde slachtoffers „misdadigers” maakt: slavernij, gewetensdwang, ketterverbranding, bloedwraak noemen wij tans terecht misdadig—maar die deze instellingen gehanteerd hebben kunnen hoogst achtenswaardige mensen geweest zijn.