Note 6 — IETS OVER DE ENGELSCHEN.
Reading edition
Er wordt veel geroepen tegen 't overdreven streng vieren van den Zondag in Engeland. We gelooven dan ook gaarne, dat 't voor den vreemdeling regt onaangenaam moet wezen, wanneer hij, één dag van de zeven, zich van tooneel en bal verstoken ziet, en slechts vóór en na kerkuren zijn honger en dorst kan stillen; even goed als we toestemmen, dat de rustdag overal en altijd een onuitstaanbaar vervelende dag is voor hen, die geen werkdag kennen. Maar, uit een maatschappelijk oogpunt beschouwd, kan men 't gedwongen zondagvieren niet genoeg aanbevelen. Onze vaderen heiligden den Sabbath als den dag des Heeren, en geen policie-reglement was noodig om hen winkel en kantoor te doen sluiten. Naarmate echter de behoefte aan kerkdienst voor de praktische kinderen onzer praktische eeuw overbodig wordt, ziet de rijke er geen bezwaar in, den arme door geld tot werken te noodzaken: want de arme kan niet achterblijven, waar hem een kans geboden wordt tot leniging zijner ellende. — Prijzen we daarom een verordening, die ook den arbeider een dag van verpozing schenkt: een verordening, die hem vrijheid geeft, zijn menschzijn en zijn hoogere bestemming te gedenken: die hem tijdelijk onttrekt aan de slavernij des gelds, en zoodoende hem behoedt voor een algeheele verdierlijking.