Note 2 — Kleine Pelgrims.
Reading edition
Bets zei niets, maar veegde haar tranen af met de blauwe soldatensok en begon uit alle macht te breien, alsof ze geen tijd wilde verliezen in het volbrengen van den plicht die het eerst voor de hand lag, terwijl ze in haar zacht hartje het besluit nam, alles te zijn, wat haar vader hoopte in haar te zullen vinden, wanneer over een jaar de blijde hereeniging voor de deur stond. Mevrouw March verbrak de stilte, die op Jo’s woorden volgde, door op vroolijken toon te zeggen: “Herinneren jullie je nog wel, hoe dikwijls jullie “De Pelgrimstocht”2 speelden, toen jullie nog kleine kinderen waren? Niets was prettiger dan wanneer ik jullie kussens op den [9] rug bond bij wijze van pak, en hoeden en stokken gaf en rollen papier, en jullie door het huis liet trekken, van den kelder, die de “Stad des Verderfs” was, naar boven al maar naar boven, tot aan het platte dak, waar we alle mogelijke aardige dingen bijeenverzameld hadden om een “Hemelsche Stad” te maken.”