Note 1 — I. Een vriendendienst.
Reading edition
»Lange, je ziet het wel; het loopt met mij af. Ik zal de Negeri-koud1 niet meer terugzien.—Zit nou maar niet zoo sip te kijken. Er is voor mij geen kruid gewassen. En och, ik ben al aan het idee gewend. Maar ik ben heel blij, dat ik je nog één keer ontmoeten mag. Ik heb je nog iets heel belangrijks te zeggen. Je bent de vriend van mijn jongensjaren geweest en ook mijn eenige beste vriend in dit vreemde land. Ten slotte ben jij de eenige, die gedurende mijn ziekte naar me omkijkt. Nu wil ik jou nog een dienst bewijzen.”