← Table of contents
Noorsche Volksvertellingen

Note 1 — EEN ZONDAGAVOND OP EEN’ SAETER.

T. (Tijs) Terwey translation

In de saeterhut, een groot vertrek met balken en binten van sparrehout, in welks eenen hoek zich een wijde schoorsteen bevond, heerschte de weergalooze orde en reinheid, welke de berghutten in ’t Gudsbrandsdal kenmerkt, vooral wanneer men er vreemdelingen verwacht. Langs den lagen wand, op borden en rekken, stond de kaas; op den grond lagen emmers en nappen opgestapeld, en zoowel deze als de banken en de tafel waren helder wit of blinkend geschuurd. Door ’t verbazende vuur, dat op den haard onder den ketel vlamde, werd de lucht telkens ververscht; men ademde hier niet, als op zoovele saeters, in eene duffe, bedorven atmospheer; eene aangename geur kwam ons tegen van de pijnnaalden, waarmee de grond was bestrooid en van de vriendelijke, witte bergbloem,1 die op hare breede, vleezige, lichtgroene bladerkroon aan ’t venster prijkte, omgeven door kransen en figuren van hooggele, geurige goudsbloemen, alles ter eere van ons bezoek.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings