Note 1 — LVIII. Maria Clara gaat trouwen.
Abraham Anthony Fokker translation
“Crede prime,”1 zeide hij tot hem “doordat ik niet tijdig alle papieren heb kunnen verbranden, hebben ze je te pakken gehad. Maar als ik je heele huis had verbrand, hadden ze je geen haar op je hoofd gekrenkt. Doch quod eventum, eventum. Gratias agamus Deo quia non in Marians Insulis es, camotes seminando.”2 Geschiedenissen gelijkende op die van Capitán Tinong waren Capitán Tiago niet onbekend. De man liep over van dankbaarheid, zonder dat hij precies wist aan wien hij zulke bizondere gunsten verschuldigd was. Tante Isabel schreef het wonder toe aan de Heilige Maagd van Antipolo, aan die van den Rozenkrans, of ten minste aan de Virgen del Carmen, en op zijn allerminst, ’t minste dat ze kon toegeven, aan Onze Lieve Vrouw van de Riem; volgens haar kon het wonder niet van elders gekomen zijn. Capitán Tiago ontkende het wonder niet, maar voegde erbij: