← Table of contents
Noli me tangere

Note 1 — XLIII. De vervolgden.

Abraham Anthony Fokker translation

Ze gingen een soort hol binnen, dat diep in de aarde wegzonk. De gids, die den weg kende, waarschuwde de loods wanneer hij afdalen, zich bukken of kruipen moest. Evenwel duurde het niet lang, of ze kwamen in een soort zaal, armzalig verlicht door pek-toortsen, en waarin zich twaalf gewapende kerels bevonden met ongure gelaatstrekken en vuil gekleed. Sommigen zaten, anderen lagen op den grond, en er werd nauwelijks gesproken. Met de ellebogen op een steen geleund, die dienst deed als tafel, en peinzend het licht gadeslaande, dat zoo weinig klaarte verspreidde bij zooveel rook, zag men een oude man met een droef gelaat, het hoofd gewikkeld in een bebloede zwachtel. Niet wetende dat die spelonk de verblijfplaats van toelisan’s of roovers was, zou men de wanhoop lezend op ’t gelaat des ouden mans, zeggen dat het de Hongertoren was op den vooravond van de dag waarop Ugolino zijn kinderen zou verslinden.1

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings