Note 1 — XXX. De Preek.
Abraham Anthony Fokker translation
Intusschen steeg de geestdrift des predikers trapsgewijze. Hij sprak van de oude tijden, toen iedere Filippijner, wanneer hij een geestelijke tegenkwam, zijn hoofddeksel afnam, met de eene knie nederknielde en hem de hand kuste. “Maar tegenwoordig,” voegde hij eraan toe, “tegenwoordig neemt ge alleen de salakot af—die ge schuin op het hoofd zet, om ’t gekamde haar niet in de war te maken! Gij vergenoegt er u mee ‘goeden dag, among!’1 te zeggen en er zijn zelfs studentjes, die een schijntje latijn geleerd hebben, en die, omdat zij te Manila of in Europa gestudeerd hebben, zich gerechtigd achten ons de hand te drukken, in plaats van die te kussen.... O, de dag der gerechtigheid zal weldra komen, de wereld loopt ten einde: veel heiligen hebben het voorspeld! Er zal een regen neerdalen van vuur, steen en asch, om onze hoovaardigheid te kastijden.”