Note 1 — XXIII. De vischvangst.
Abraham Anthony Fokker translation
Toen ze aan ’t strand kwamen slaakten de vrouwen onwillekeurig kreten van verrassing en vreugde. Ze zagen daar twee groote bangka’s aan elkaar verbonden en op schilderachtige wijze opgetooid met slingers van bloemen en bladeren, met veelkleurige doeken die er met vergulde nagels opgespijkerd waren, terwijl papieren lantaarntjes, afwisselend met rozen, anjelieren en allerlei vruchten, als ananassen, djamboe’s enzoovoort, aan de geïmproviseerde tenten der vaartuigen hingen. Ibarra had zijn eigen tapijtjes, kleedjes en kussens laten brengen en daarmee gemakkelijke zitplaatsen voor de vrouwen en meisjes ingericht. De stuurstangen en de riemen waren ook versierd. In de grootste bangka waren een harp, gitaars, accordeons en een groote karbouwen-hoorn. In de andere brandde vuur in de kalan’s van aardewerk; daar werden thee, koffie en salabat1 (sorbet) voor ’t ontbijt bereid.