Note 1 — XXII. Licht en schaduw.
Abraham Anthony Fokker translation
“We kunnen hem onmogelijk overslaan,” antwoordde Ibarra in gedachten. “’t Gebruik in ’t land wil dat nu eenmaal. Hij komt bij je aan huis, en bovendien heeft hij zich tegenover mij bijzonder edelmoedig gedragen. Toen de burgemeester hem sprak over de zaak die je weet, heeft hij niets dan goed van me gezegd, en er niet aan gedacht het minste bezwaar op te werpen. Maar ik zie dat je een ernstig gezicht zet. Kom, heb maar geen zorg: hij kan toch niet met ons mee in de ‘bangka.’”1