← Table of contents
Noli me tangere

Note 1 — I. Een avond-partijtje.

Abraham Anthony Fokker translation

Wanneer we naar boven gaan, komen we dadelijk in een ruim vertrek, dat men daar “caïda” noemt, ik weet niet waarom, want op dezen avond dient het als eetzaal en tevens als muzieksalon. In ’t midden schijnt een lange tafel, overvloedig en weelderig versierd, den tafelschuimer toe te lonken met zoete beloften, en dat schuchtere jonge meisje, de eenvoudige “dalaga” te bedreigen met twee doodvervelende uren in gezelschap van vreemde mannen, wier taal en gesprek een zeer bizonder karakter plegen te hebben. In tegenspraak met deze aardsche toebereidselen zijn de bonte schilderijen aan de wanden, voorstellende godsdienstige onderwerpen als “het Vagevuur” of “de Hel”, “het Laatste Oordeel,” “de Dood der Rechtvaardigen”, die “des Zondaars”, en op den achtergrond, gevangen in een prachtige en smaakvolle renaissance-lijst, die wel door een Arévolo kon gesneden zijn, een merkwaardig doek van groote afmetingen waarop men twee oude vrouwen ziet... Het onderschrift luidt: “Onze Lieve vrouw van Vrede en goede reis, die men in Antipolo vereert, in de gedaante van een bedelares, bezocht de vrome en beroemde Capitana Inés gedurende haar ziekte”1. De voorstelling, zoo ze al niet veel smaak en kunst verraadt, bezit daarentegen een overmaat van natuurlijkheid: de zieke lijkt wel een lijk in ontbinding door de gele en blauwe tinten van haar gelaat; de glazen en overige voorwerpen ter geleide der langdurige ziekten, zijn zoo nauwkeurig weergegeven, dat men zelfs zien kan wat erin zit. Bij ’t aanschouwen van deze schilderijen, die de eetlust opwekken en landelijke denkbeelden doen rijzen, denkt wellicht deze of gene, dat de leepe heer des huizes heel goed den aard kende van het meerendeel van hen, die aan zijn tafel moesten aanzitten, en om zijn gedachte een weinig te omsluieren heeft hij aan de zoldering kostbare Chineesche lampen laten hangen, kooien zonder vogels, roode, groene en blauwe bollen van gefoelied glas, gedroogde hangplanten, opgeblazen opgezette visschen, die men “botete’s” noemt, en meer zoo, terwijl alles aan de rivierzijde afgesloten was door grillige houten bogen, half Chineesch half Europeesch waar doorheen men het uitzicht had op een plat dak met klimplantleidingen en prieeltjes, schaars verlicht door papieren lantarentjes van allerlei kleuren.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings