← Table of contents
Nieuw-Guinee en de exploratie der "Meervlakte"

Note 16 — 1913–1915.

Reading edition

Het wapen van den Dajak is de mandau, een zwaard van 40 cM. lengte met flauw gebogen lemmet. Licht en vlijmscherp als het is, weet de hand van den Dajak er een bijzonder indringingsvermogen aan te geven. Op de vraag, of hij met éénen slag een menschenhoofd kon afslaan, antwoordde Hanji Ipoei met een bescheiden lachje: “Gampang sadjah.”16 De greep van den mandau is vaak zeer sierlijk bewerkt; een foto geeft twee oorlogsmandaus en hun scheeden, versierd met vlechtwerk van fijne rottan en met haar (in den “goeden” tijd van gesnelde koppen; thans, onder humaner régime, van geiten). Aan de scheede van hout is een bijscheede van boomschors, waarin een klein vlijmscherp mesje met langen houten steel; dit dient voor alle voorkomend snijwerk.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings