← Table of contents
Nieuw-Guinee en de exploratie der "Meervlakte"

Note 38 — 1913–1915. (continued 3)

Reading edition

Dat men overigens niet al te hard op ons gesteld was, bemerkten wij een dag later. Wij voeren rustig in kalm water, toen het “pana, pana!”38 in eens achter mij klonk. Ik liet mijn prauw vlug oversteken naar den veiligen oever en nam onmiddellijk den vijandelijken wal onder vuur. Doch geen vijand was meer te zien, een tiental schoten hadden indruk genoeg gemaakt. De bepijlde prauw intusschen was niet ver gevlucht. Dat had zijn oorzaak: de beide Dajaks, voor- en achterman in die prauw, waren onmiddellijk in de rivier gedoken en hielden zich met een hand vast aan de prauw, achter het boord, den neus boven water. Dat was nu wel erg slim, doch zoo was er van zich-bergen voor de anderen geen sprake; hier kreeg ik dus een minder gunstigen kijk op den moed der Dajaks, zooals ik reeds vroeger heb aangeduid; om het eigen lijf te bergen, stelden zij hun tochtgenooten zonder bezwaren bloot.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings