Note 4 — Negatief gedeelte: De Mensch.
M. François-Merkus translation
Geheel verschillend is het tweede groote moreele type, het type van de slavenmoraal, de moraal van den zwakke, den overwonnene. Terwijl in den meester trots en vreugde over het leven de overheerschende gevoelens zijn, heeft juist de zwakke eene pessimistische neiging om het leven te wantrouwen en haat hij instinctmatig den machtige, die hem onderdrukt, want men moet inderdaad niet vergeten, dat de „edele” rassen voor de minderen verschrikkelijke vijanden zijn geweest; zoo vol ontzag en toegevendheid als zij voor elkander waren, zoo weinig erkenden zij een wet, zoodra het den vreemdeling gold; op hem wreekten zij de zelfbeheersching, die zij in acht moesten nemen tegenover hunne gelijken; tegen hem was alles geoorloofd, geweld, moord, plundering, pijniging; tegenover hem werden de edelen weer verscheurende dieren, grootsch en verschrikkelijk in hunne kracht, vroolijk en welgemoed terugkeerende van hunne bloedige tochten, overtuigd van den roem hunner daden, die waard waren door de dichters bezongen te worden. In de oogen van hunne slachtoffers waren zij afschuwelijke, vreeselijke monsters: „Die dwaze, belachelijke vermetelheid der edele rassen, die zich zoo plotseling openbaarde, het onverwachte en onwaarschijnlijke van hunne ondernemingen, hunne onverschilligheid en verachting voor alle veiligheid, voor hun leven en hun welzijn, hunne verbazende zielekalmte, hun groot genot om te vernietigen, te overwinnen en wreed te zijn, dat alles te zamen maakte voor de slachtoffers hunner ondernemingen het beeld uit van den „barbaar”, „den boozen vijand”, van den „Goth” of den „Vandaal” b.v.4 Zoo wordt de sterke en machtige mensch, de „goede” in de meestermoraal, de „booze” in de slavenmoraal.