Note 2 — Negatief gedeelte: De Mensch.
M. François-Merkus translation
Hij redeneert als volgt: „Ik weet niet of het leven op zichzelf goed of slecht is; niets is feitelijk zoo onnut als het eeuwigdurend getwist tusschen optimisten en pessimisten en wel om de goede reden, dat niemand ter wereld in staat is de waarde van het leven te beoordeelen: de levende mensch niet, omdat hij deel van het debat uitmaakt en zelf het voorwerp van het geschil is, en de doode evenmin, omdat hij dood is.2 Niemand kan dus zeggen wat het leven in zijn geheel waard is en ik zal te eeuwigen dage niet te weten komen of het beter voor mij ware te zijn of niet te zijn. Van af het oogenblik echter, dat ik leef, wil ik, dat het leven in en om mij zoo overvloedig, zoo weelderig en zoo tropisch mogelijk zij. Ik zal dus „ja” zeggen tot al wat het leven schooner maakt en het meer waarde en intensiteit geeft. Zoo het mij duidelijk wordt, dat dwaling en illusie tot ontwikkeling van het leven dienen kunnen, zal ik „ja” zeggen tot dwaling en illusie en zoo ik de overtuiging heb, dat neigingen, die door de actueele moraal met den naam „slecht” bestempeld worden, als hardheid, wreedheid, sluwheid, brutale vermetelheid, een twistziek humeur, strekken tot vermeerdering der menschelijke levenskracht, zal ik „ja” zeggen tot kwaad en zonde; en zoo mij bewezen wordt, dat leed zoowel als genoegen de opvoeding van het menschelijk geslacht bevordert, zal ik „ja” zeggen tot het leed. Daarentegen zal ik „neen” zeggen tot al wat de levenskracht der menschelijke plant vermindert en zoo ik ontdek, dat waarheid, deugd, het goede, alle waarden in één woord, die tot nog toe door den mensch gehuldigd en eerbiedigd zijn, het leven benadeelen, zal ik „neen” zeggen tot de wetenschap en de moraal.”