Note 1 — Negatief gedeelte: De Mensch.
M. François-Merkus translation
Elk tijdperk, elke beschaving bezit, wat Nietzsche noemt, zijne „waardetafel”, wat zeggen wil, dat het de hierarchie der waarden erkent, de eene zaak boven de andere stelt en de eene daad boven de andere verkiest; zoo staat, om een voorbeeld te noemen, naar het oordeel van dat tijdperk waarheid boven dwaling en gaat een daad van medelijden boven een wreede daad. De bepaling van die waardetafel nu, en in het bijzonder het vaststellen der hoogste waarden, is het hoofdfeit der wereldgeschiedenis, omdat die rangschikking der waarden de bewuste of onbewuste handelingen van elk individu bepaalt en ons oordeel over die handelingen rechtvaardigt. Het vraagstuk der waardebepaling staat dus voor den wijsgeer bovenaan en Nietzsche heeft er zijne beste krachten aan gewijd. De slotsom zijner overpeinzingen was als volgt: de waardetafel, die door de hedendaagsche Europeesche beschaving erkend wordt, is verkeerd opgesteld en moet van onderen tot boven herzien worden; men moet beginnen met het „omwerken van alle waarden” (Umwerthung aller Werthe), bijgevolg moet men de orientatie van ons geheele leven veranderen en de hoofdbeginselen, waarop al onze meeningen berusten, wijzigen. Tegen het einde van zijn bewust leven zag Nietzsche’s verbeelding, die door de steeds toenemende duisternis, die hem omringde, of wellicht ook door de nadering van de crisis, waarin zijn verstand ten onderging, ten hoogste overspannen was, in die philosophische revolutie het uitgangspunt van eene ontzaglijke omwenteling der menschheid. „Ik zweer u, zoo schreef hij aan Brandes op 20 Nov. 1888, dat de gansche aarde over twee jaren in stuiptrekkingen zal terneerliggen. Ik ben een noodlot.… Ich bin ein Verhängniss.”1