← Table of contents
Nietzsche's Philosophie

Note 1 — AANHANGSEL.

M. François-Merkus translation

Het spreekt van zelf dat de theorie van het „Eeuwig Wederkeeren” lang vóór de 19de eeuw bestaan heeft en om haren oorsprong te vinden zou men terug moeten gaan tot de wijsbegeerte van de oude Grieken. Bij de aangehaalde voorbeelden wil ik nog een merkwaardige getuigenis uit de 19de eeuw meedeelen, een schets van de geheele theorie voorkomende in hoofdstuk XX van Heine’s „Reis van München naar Genua.” Weet dan, dat de tijd oneindig is, maar dat de dingen in den tijd eindig zijn; zij kunnen zich oplossen in oneindig kleine deelen, maar die deeltjes, die atomen zijn eindig in getal evenals de vormen, die God met die deeltjes scheppen kan, zoodat volgens de eeuwige combinatiewetten van dat eeuwig weer beginnen, alle vormen, die reeds op aarde zijn voorgekomen, op nieuw zullen verschijnen en elkander weer zullen ontmoeten, aantrekken, afstooten, omhelzen en weer verliezen, telkens weer als vroeger.…” Hierin mag men echter niet de bron zoeken voor Nietzsche’s theorie want in de oude uitgaven van Heine komt die passage niet voor en Nietzsche heeft haar dus niet gekend. Men heeft hier weer te doen met een „ontmoeting” evenals tusschen Nietzsche, Blanqui en Le Bon. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings