← Table of contents
Nederlandsche Volkskunde

Note 5 — De Volkswetenschap.

Reading edition

Een plant, nauw verwant aan het lelietje-van-dalen, is het salomonszegel (Polygonatum officinale), rond Haarlem ook wel kankerwortel genoemd. De vleezige worteltak draagt aan de bovenzijde de litteekens van in vroegere jaren afgestorven stengels, die eenigszins op zegelafdrukken gelijken.—Andere bloemen noemt men naar den bloeitijd, b.v. de pinksterbloem, terwijl de wilde narcis den naam van tijloos draagt, daar zij vroeg in het voorjaar met haar groote, gele trompetbloem zich blijkbaar niet aan den gewonen bloeitijd stoort.5 Zij heet ook sporkelle, wat wel met den ouden naam van Februari “Sporkelmaand” samenhangt. Eindelijk, naar haar waarde noemt het volk de Erythraea Centaureum het duizendguldenkruid, een term die echter op onjuiste woordafleiding steunt. Koningskaars, monnikskap, sneeuwbal, rozenkrans, hanekam, berenoor, eiberbek, addertong, vossestaart, klokkespel—ziedaar doorgaans de plantensystematiek van het volk.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings