Note 4 — V. DUITSCHLAND EN DE HEILIGE OORLOG (1914).
Reading edition
Zij zijn, in het Turksch afgedrukt, te vinden in Beckers tijdschrift “Der Islam”, Bd. V, Heft 4, met vertaling, en in M. Hartmanns “Islampolitik” in “Koloniale Rundschau”, 1914, Heft 11–12, met vertaling en uitvoerige toelichting. In dit laatste artikel, dat mij eerst na het afdrukken der eerste uitgave van dit opstel onder de oogen kwam, maakt ook Hartmann tabula rasa van veel van hetgeen hij vroeger over den Islâm en de Turken geschreven heeft, en toont zich, met een zeker voorbehoud, bekeerd tot den heiligen oorlog niet alleen, maar verwijt aan anderen, dat zij vroeger zoo gedacht hebben als hij zelf deed. Hij merkt op, dat de woorden van Keizer Wilhelm bij het graf van Saladijn te meer indruk moesten maken, omdat de Mohammedanen vroeger niet veel dergelijks te hooren kregen. “Die anderen Grossmächte haben fast immer nur verächtliche Worte für die Türken und den Islam gehabt, zum Teil haben verantwortliche Staatsmänner sich mit einer Schärfe gegen den Islam ausgesprochen, die aus dem beschränkten Gesichtskreis, in dem sie aufgewachsen sind, und der ihren Lande mit seinem Dünkel der Gottesstaatsidee eigen ist, zu erklären, aber nicht zu entschuldigen ist. Wir haben nicht den geringsten Grund, von der bisher beobachteten Haltung abzugehen, etc.” Deze woorden, uit de pen van een geleerde, van wiens ontelbare uitspraken tegen Turkije en den Islâm in de volgende bladzijden eene kleine bloemlezing gegeven wordt, zouden ons tot stomme verbazing brengen, als niet zoovele andere verschijnselen ons met de psychose van den oorlog vertrouwd gemaakt hadden. ↑