Note 5 — V. DUITSCHLAND EN DE HEILIGE OORLOG (1914).
Reading edition
Grothe heeft dus niet alleen waar hij de economisch-politieke betrekkingen van Duitschland in het naaste verleden en in de toekomst besprak, maar ook waar hij over het opwekken van het sluimerende Mohammedaansche fanatisme in het belang van Duitschland handelde, het gevoelen van heerschende kringen in zijn vaderland weergegeven. Dit maakt het mij iets minder onverklaarbaar, dat ook mijn waarde vakgenoot, Prof. C. H. Becker te Bonn, die tot vóór korten tijd de Islâmwetenschap aan het Kolonial Institut te Hamburg met eere vertegenwoordigde, in den onwaarschijnlijken djihâd-roes, die thans de Duitsche politici schijnt te bezielen, is medegesleept. Zijn vlugschrift “Deutschland und der Islâm”5 ademt denzelfden geest als dat van Grothe, al onderscheidt het zich gunstig hiervan door meer bezadigden toon en vooral, het spreekt wel vanzelf, door kennis van den Islâm. Becker vult verder Grothe’s toekomstbeeld van de betrekkingen tusschen Duitschland en Turkije belangrijk aan door in zijn program van de bescherming der integriteit van Turkije op te nemen de militaire en politieke wedergeboorte van het rijk der Halve Maan, zóó dat het herschapen worde in een modernen rechtsstaat met een eerbiedwekkend leger. Niet alleen Duitsche fabrikaten en kapitaal, neen ook Duitsche geest moet in Turkije gaan werken. Dit laatste volgens eene betere methode dan de door Frankrijk of door Engeland in hunne koloniën toegepaste: “eine gesunde Volksschulbildung nach modernen Methoden, aber auf der Basis des überlieferten orientalischen Bildungsinhalts und getragen von den besten Kräften der islâmischen Religion.” Hierop komen wij nog terug. Eerst nog een paar opmerkingen in verband met de voorstelling, die men aan de geschriften van Grothe en Becker samen ontleenen kan, van de ontwikkeling der politieke harmonie tusschen Duitschland en Turkije, met terzijdestelling voorloopig van hetgeen zich met het chalifaat en het Moslimsch fanatisme laat bewerken.