Note 1 — III. DE NEDERLANDSCHE KOLONIALE REGEERING EN HET STELSEL VAN DEN ISLÂM.
Reading edition
Het economisch nadeel van den hadj voor de Inlandsche maatschappij is niet denkbeeldig, al wordt het wel eens breeder uitgemeten dan het verdient. Dat laat ons zeggen vijf millioen gulden1, die jaarlijks in den vorm van reis- en verblijfkosten en vrome gaven van pelgrims den Archipel verlaten, mogen voor een deel aan de Nederlandsche scheepvaart ten goede komen, in het ware belang der bevolking zagen wij die som gaarne beter besteed. In verband met het bevolkingscijfer en met de vele andere finantieele aftappingen, die Indië ondergaat zonder er zelf profijt van te hebben, maakt dat bedrag echter niet meer zóó’n enormen indruk als op het eerste gezicht.