Note 1 — De keizer verbannen.
Reading edition
Zij verschenen en Fouché schetste hun den toestand. Door eigenliefde, haat of andere redenen verblind, liet de gedachte, dat het vaderland door de troepen der geallieerden eerstdaags opnieuw zou worden overstroomd—Blücher en Wellington naderden snel—deze mannen tamelijk koud. Zij hadden genoeg van Napoleon en waren het eens met Talleyrand: “Alles beter dan de Keizer zelfs de Bourbons.” Dezelfde hartstochten, welke den 30en Maart 1814 tijdens den slag voor Parijs Lafayette hadden geleid tot een poging om de nationale garde in opstand te brengen, beheerschten de gemoederen opnieuw. De Keizer moest vallen! betoogde Fouché. Hij had genoeg op zijn kerfstok om beducht te wezen voor zijn hoofd, als Napoleon met hem begon af te rekenen.1 In den bovenbedoelden ministerraad gaf de Keizer een beeld van den toestand en vroeg de meening der aanwezigen. Carnot vorderde de dictatuur voor hem. Dat geen zwakheid of vleierij dezen patriot bij dit voorstel leidde, was door zijn bekende eerlijkheid en zijn moedige houding onder het keizerrijk voldoende bewezen.—Het vaderland was in gevaar, zeide hij; al de nationale gardes, al de aanhangers van het keizerschap moesten onder de wapenen geroepen, Parijs in staat van verdediging gebracht en tot het uiterste verdedigd worden. In het eerste geval kon men tot achter de Loire teruggaan, om daar den vijand weerstand te bieden tot het leger uit de Vendée benevens de observatiekorpsen uit het oosten en uit het zuiden des lands daar eveneens waren bijeengetrokken.