Note 1 — Hoofdstuk XXIV.
Reading edition
Deze put was eene nauwe spleet in de vaste rots, van de soort die men „faille”1 noemt; het was duidelijk, dat zij ontstaan was door de samentrekking van het gebeente der aarde, tijdens hare afkoeling. Als zij vroeger tot een doorgang gediend had voor de gesmoltene stoffen door den Sneffels uitgebraakt, kan ik mij niet verklaren, waarom er geen spoor van was achtergebleven. Wij gingen langs eene soort van wentelende schroef, die door menschenhanden vervaardigd scheen. Om het kwartier moesten wij stilhouden om de noodige rust te nemen en aan onze beenen hunne veerkracht terug te geven. Dan gingen wij met afhangende beenen op eene uitstekende punt zitten, aten en praatten en leschten onzen dorst aan de beek.