Note 53 — IX. Eene lijkplechtigheid aan boord.
Reading edition
Op den 15en November—het was weer een Zondag—was het buitengewoon warm geweest, hoewel de zuidoostenwind, flink doorblazende, zich beijverd had de temperatuur af te koelen. Maar op dien dag stond de zon, die zich in het hemelteeken de Schorpioen, evenwel dicht bij den Schutter bevond, des middags nagenoeg loodrecht boven het schip en blakerde de zonnetent, zoodat het daaronder gedurende de middaguren bijna niet uit te houden was. Tegen den avond kwam er evenwel verademing. Toen de zonnetent opgerold en middels den spinnekop53 omhoog gehaald was, kon de zuidoostpassaat naar hartelust over het dek zwieren en frischheid aanbrengen. Dien avond phosphoresceerde de zee allerprachtigst, en lagen de reizigers langen tijd over de verschansing gebogen, dat fraaie schouwspel te bewonderen. Maar het whist- en quadrillespel riep eindelijk de liefhebbers, en weldra was het vrij eenzaam op het dek, alwaar evenwel de jonge dames Groenewald in gezelschap van Herman Riethoven en Frank Brinkman achtergebleven waren, om nog meer van het fraaie vuurwerk, wat de zee aanbood, te genieten. Adelien en Emma waren evenwel onder de hoede harer moeder, die bij den koekoek in een wipstoel zat te wiegelen. De edele vrouw had in de harten harer dochters gelezen. Zij had daarin eene teedere genegenheid bij ieder harer zien ontluiken. Och! zij was ook jong geweest. Onder haar moederlijk oog mochten hare telgen zich wel aan hare gevoelens overgeven. Toch was de aanblik van die gelukkige kinderen met eenigen weemoed vermengd: