Note 46 — VI. Dobberende bij de Canarische eilanden41.
Reading edition
Men scheen aan boord van de stad Leiden ons fregat ook herkend te hebben; want onmiddellijk ging die bark overstag en manoeuvreerden de beide schepen derwijze, dat zij elkander naderden. Inmiddels stierf de landwind weg en werd het bladstil. Het vijftal schepen lag dicht bij elkander—de stad Leiden was geen 300 M van de Fernandina Maria Emma verwijderd—; terwijl het eiland Teneriffe met zijn fraaien plantentooi, die den rijkdom der tropische Flora vrij nabij kwam, zich op een kleinen afstand bekoorlijk uitstrekte. Kapitein Butteling maakte van de windstilte gebruik, om stuurman Bagman met de jol naar de Nederlandsche bark te zenden ten einde berichten in te winnen. Deze kwam een paar uur later aan boord van het fregat terug met de tijding dat de stad Leiden bij het uitkomen van het Engelsche Kanaal, door een zuidwester storm beloopen was geworden, dat men voor top en takel had moeten lenzen en men met heel veel moeite kaap Clear en Mizen Point46 vrijgeloopen was. Het schip had toen, steeds door den storm voortgezweept, langs de Iersche westkust moeten houden en had daarbij zeer veel averij aan tuig en verschansing ondervonden. Toen de storm bedaarde, schoot de wind in het westen. Van die gelegenheid, werd gebruik gemaakt, om weer zuidwaarts te sturen en eene toevlucht te Swansea in het Bristol-kanaal te zoeken, alwaar de bark eene reparatie onderging, die ongeveer acht dagen vereischte. Van Swansea in zee gestoken, was de gelegenheid tot de Canarische eilanden evenwel gunstig geweest.