Note 36 — III. Verdere kennismaking.—In het Kanaal.
Reading edition
Terwijl het meerendeel der opvarenden zich zoo onledig hield, was de loodsboot nabij gekomen. Op een gegeven oogenblik had de equipage op bevel van haren gezagvoerder de eene helft der zeilen tegengebrast36, zoodat het schip nagenoeg bewegingloos lag en geen vaart meer maakte. De loodskotter zette nu een sloepje, een notendopje uit, dat door twee man geroeid, spoedig op zij van het fregat bij den stormtrap aangelegd had. De opvarenden van dat bootje brachten een pak Engelsche couranten aan boord, die het laatste Europeesche nieuws bevatten. De loodskotter was dien eigen morgen van de reede van Brighton gezeild, om in het Kanaal te kruisen. De loods maakte nu aanstalten om het schip te verlaten. Het was belangrijk de hoeveelheden erwten, boonen, zoutvleesch en rookspek, die kapitein Butteling hem uit den scheepsvoorraad geschonken had, en die nu in het sloepje overgingen.