Note 35 — III. Verdere kennismaking.—In het Kanaal.
Reading edition
Ja, omtrent de engelachtigheid, door den koksmaat der drie dames toebedeeld, moest omtrent haar, die met onzen apotheker stond te praten, wel ietwat afgedongen worden. Mevrouw Groenewald was uit een morganatisch huwelijk gesproten, hetwelk haar vader met eene Javaansche schoone had aangegaan, en droeg daarvan de onmiskenbare kenteekenen. Zij was ietwat bruin van tint, had een dik kort ineengedrongen neusje en lippen, die ook ietwat meer omvang hadden dan de schoonheidsvormen strikt eischten. Het weelderig zwart haar, dat zij in dit morgenuur in een dikke kondeh35 opgebonden had, begon hier en daar te grijzen, terwijl èn haar gelaat èn hare taille mede verrieden, dat prille jeugd haar deel niet meer was. Dat gelaat had evenwel zoo eene goedaardige uitdrukking, en hare oogen, die zij zeer fraai behouden had, konden iemand zoo vertrouwvol, zoo innig hartelijk aankijken, dat wie haar naderde, zich tot haar aangetrokken gevoelde. Zij drukte zich zeer beschaafd uit, hoewel haar Hollandsch iets schoolsch had en den indruk gaf, alsof het haar moeite kostte, zich in die taal verstaanbaar te maken. Diezelfde indruk werd geboren, wanneer zij Fransch of Engelsch sprak. Toch kende zij die talen zoo grondig, als slechts weinig Nederlandsche vrouwen in die dagen eigen was.