Note 33 — III. Verdere kennismaking.—In het Kanaal.
Reading edition
„O!” sprak stuurman Abels met een glimlach om de lippen. „Dat ’s zeer eenvoudig. Gisteren kwamen zij zoo omstreeks een uur voor het detachement aan boord. Zij schenen in Den Burg33 copieus gedineerd en daarbij een goed glas tot afscheid van het vaderland gedronken te hebben. Hunne vrienden, Delftsche studenten, zoo ik hoorde, hebben hen toen liefderijk te kooi bezorgd en zijn toen waarschijnlijk ook naar bed gegaan, daar zij niet minder laveerden dan de vertrekkenden. Toen gij aan boord kwaamt, sliepen die jongelui den slaap des rechtvaardigen, onbewust van hetgeen rondom hen voorviel. Nu schijnen zij weer fiksch en nuchter te zijn. Maar, ik moet voort, vergeef mij.”