Note 11 — II. Te Rolduc.
Reading edition
Er heerschte een oogenblik stilte. De drie mama’s hadden elkander aangestaard. Het geval was uiterst moeielijk. Mevrouw Riethoven zag een van haar heerlijkste droombeelden vernietigd. O! hoe dikwijls had zij in den geest met eene soort van verrukking het misoffer bijgewoond, en dan, door eene moederlijke verbijstering vervoerd, in den waan verkeerd, dat het haar zoon was, die daar het: Vere dignum et justum est11 zong, of dat hij het was, die daar over de hostie bad: ecce agnus Dei, qui tollit peccata mundi.12 O! als zij dat eens in werkelijkheid had kunnen zien! En nu was dat alles weg! Iedere illusie verdwenen. Een traan blonk in haar oog. Zij vermande zich evenwel. Zij begreep dat bij afwezigheid van haren echtgenoot zij handelen moest.