← Table of contents
Naar den equator, met een voorspel

Note 8 — II. Te Rolduc.

Reading edition

Ontmoette hij op de wandelingen, die door de seminaristen tweemaal ’s weeks onder geleide van een paar professoren of regenten, des dinsdags en des donderdags namiddag in den omtrek ondernomen werden, eene vrouwengestalte, dan reeds van heel in de verte, lang reeds voor dat de omtrekken van het mensch in hunne bijzonderheden te onderscheiden waren, nam die gestalte in zijne verbeelding Lydia’s gedaante aan. Hij mocht dan God smeeken en de H. Maagd te hulp roepen, hij kon onmogelijk de oogen afwenden van de naderende, totdat hij, als ontwaakte hij uit een droom, ontnuchterd erkennen moest, dat die gestalte hare gestalte niet, dat het soms die eener oude boerin was. Grimmig, ja teleurgesteld, wendde hij dan den blik af, om evenwel weinige oogenblikken later dezelfde poets van wege zijne opgewekte verbeelding te ondervinden. Waarlijk, hij vond dat Professor Canoy8 groot gelijk had, toen hij de jongelieden op een door hen gedaan verzoek antwoordde:

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings