Note 7 — II. Te Rolduc.
Reading edition
„Nooit! nooit!” ruischte hem de doffe echo na in de Crypte7 waarin hij, voor het altaar geknield liggende, soms die verzuchtingen slaakte. „Nooit! nooit!” herhaalden die sombere wanden, die zoo dikwijls dergelijke betuigingen opgevangen hadden, en ze telkens terugkaatsten, als weigerden zij er akte van te nemen.