Note 29 — II. In de Noordzee.—Kennismaking.
Reading edition
Een schel gefluit klonk over het dek. Stuurman Abels liet onze officieren in den steek en spoedde naar voren. Daar stond de loods met den scheepsgezagvoerder en de twee andere stuurlieden ter hoogte van den fokkemast.29 Het gefluit riep het wachthebbend scheepsvolk te samen. Nu het schip den Noord-Hinder dwars had, moest er gelood worden. Het fregat stevende nu te midden der Vlaamsche banken, en voorzichtigheid was hier de boodschap. Dwars had men den Noord-Hinder, bakboord vooruit lag de West-Hinder, vlak vooruit de Fairybank. Het schip moest iets afvallen om tusschen de Sandettie en Goodwin’s-sand30 door te zeilen. De wind was inmiddels aangewakkerd en de boeg van het schip sneed met kracht het zeewater en wierp eene omhoogstijgende baar van wit schuim voor zijn steven uit. De loods beval de bovenzeilen in te nemen.