Note 70 — XIII. Storm.—Om de zuid.
Reading edition
Het was ellendig naar aan het dek. De wind huilde en gierde als een bezetene door het want. Het was alsof hij eene monsterachtige Eolus-harp bespeelde. De zee loeide, donderde en klotste op ontzettende wijze, en vormde den grondtoon bij het schrikwekkende akkoord, hetwelk de verbolgen elementen aansloegen. Kapitein Butteling en zijne drie stuurlieden hadden hunne zuidwesters70 op en over de ooren getrokken, hunne oliejassen en waterlaarzen aan, en stonden daar bij elkander, gereed om den kamp te aanvaarden, die de natuur hun bood.