Note 1 — I. Op Slavante.
Reading edition
Het was in één woord een beeld van den seminarist, van den Christelijken jonkman, zooals dergelijken in die dagen genoemd werden. Hij was dan ook een der studeerende jongelingen van Rolduc, van die kweekschool van jonge priesters, op de grenzen van Nederland en Pruisen gelegen. Het was thans vacantie, en het had den vader veel moeite gekost om zijn vromen zoon over te halen, zoo’n wereldsch vermaak als een matinée musicale is, in tegenwoordigheid zijner ouders bij te wonen. Toen hij niet meer weigeren kon, had hij het „vademecum”, dat hij van zijn biechtvader meegekregen had, geraadpleegd en toen hij daarin geschreven vond, dat hij, die het gevaar zoekt, in het gevaar vergaan zal, had hij het boekje met een zekeren weemoed dichtgeslagen. Hij kantte zich nog wel tegen den wensch zijns vaders aan, maar gaf toch eindelijk toe, en troostte zich met de gedachte, dat hij het niet was, die het gevaar opzocht. Hij werd tegen zijn wil in het gevaar gebracht. Als aanstaande strijder van de Kerk, zou hij evenwel weten pal te staan. Intusschen prevelde hij op de wandeling naar Slavante met vuur: „In viam pacis.… In nomine Domini!”1 een gebed, dat hem als „itinerarium”, als marschorder op het pad des levens gedurende de vacantie verstrekt was.