Note 2 — III.
Reading edition
„Je hoeft zoo niet te schreeuwen, zoo doof ben ik niet!…”—Ze lachte valschjes—„Soo, soo!… Wel!… wel … ’k was op de brezemiele2 van ’t kind van Naatje en ’k dacht nou most ik maar ’s gaan … Soo … soo … soo … jullie woont hier heel netjes … da-mo-’k zeggen …”