Note 4 — BIJVOEGSELS.
Reading edition
Een krokodil schoot met een zachten plons in het water, en verdween uit het gezicht. De zon daalde in het Westen neêr en wierp onheilspellende schaduwen in het dichte gebladerte. De bootslieden werden van een naamlooze vrees vervuld; hun gezang4, zoo lang volgehouden, stierf eindelijk geheel weg, en terwijl zij een zilverstuk in het water wierpen, om den Geest van de rivier gunstig te stemmen5, lichtten zij de riemen uit het water, opdat het geluid, dat deze maakten, den Geest van deze plek niet zou verontrusten. Daarop lieten zij zich te midden eener ademlooze stilte door den stroom meêvoeren, totdat de boot verderop breeder water had bereikt. Toen weêr vrijer ademend, gingen zij met roeien voort, eerst langzaam, doch daarna met steeds toenemende kracht, totdat het geluid der riemen met de echo van het bootgezang volkomen harmonieerde.