Note 3 — Inleiding.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
Toen Yoshitsune en Benkei aan het hoofd van het leger van Minamoto de Taira totaal verslagen hadden in het zeegevecht van Dano-Ura, wekte de schitterende overwinning de afgunst op van den Shōgun, zoodat de twee groote veldheeren genoodzaakt waren, het land te verlaten. Wij volgen hen over de zee, over bergen, voortdurend hun talrijke vijanden verschalkend. Bij Matsue werd een groot leger uitgezonden tegen die ongelukkige strijders. De vuren der legerplaatsen strekten zich in een schitterende rij uit over de laatste plaats, waar Yoshitsune en Benkei nog rust vonden. In een vertrek was Yoshitsune met zijn vrouw en jeugdig kind. De Dood stond in het vertrek gereed, en het was beter, dat de Dood zou komen op bevel van Yoshitsune, dan op bevel van den vijand buiten de deur. Zijn kind werd door een bediende gedood, en terwijl hij het hoofd van zijn geliefde vrouw onder den linkerarm nam, stootte hij zijn zwaard diep in haar nek. Na dit te hebben volbracht, pleegde Yoshitsune zelfmoord (hara-kiri).3 Benkei echter wachtte den vijand op. Hij stond met zijn groote beenen wijd uitgespreid, zijn rug tegen een rots gedrukt. Toen de dageraad aanbrak, stond hij nog altijd met uitgespreide beenen, terwijl zijn dapper lichaam door duizend pijlen was doorboord. Benkei was dood, maar vallen kon de krachtige held niet. De zon verrees over een man, die een ware held was, en die steeds getrouw was gebleven aan de eenmaal door hem uitgesproken woorden: “Waar mijn meester heengaat, hetzij ter overwinning, of in den dood, ik zal hem volgen.”