← Table of contents
Mythen & Legenden van Japan

Note 2 — Inleiding.

B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation

De Kojiki, of “Geschiedrollen van Oude Zaken”, voltooid in het jaar 712 n.C., behandelt de oude overleveringen van het Japansche ras, te beginnen met de mythen, den grondslag van het Shintōïsme, en krijgt hoe langer hoe meer geschiedkundige waarde, totdat het eindigt met het jaar 628 n.C. Dr. W.G. Aston schrijft in Een Geschiedenis der Japansche Literatuur: “De Kojiki, hoe belangrijk ook voor een onderzoek naar de mythologie, de gewoonten, de taal en de legenden van het oudste Japan, is een treurig voortbrengsel, zoowel uit een letterkundig oogpunt als om het feitenmateriaal.” Als geschiedkundig werk kan het niet vergeleken worden met de Nihongi,2 een werk uit denzelfden tijd in het Chineesch; terwijl de taal een vreemd mengelmoes is van Chineesch en van Japansch, waarbij slechts weinig moeite is gedaan om het artistieke eigenschappen te schenken. De omstandigheden, waaronder het vervaardigd is, kunnen ons voor een deel verklaren, hoe het in een zoo eigenaardigen stijl is geschreven. Er wordt verhaald, dat een zekere Yasumaro, een man geleerd in het Chineesch, het opving van de lippen van een zekeren Hiyeda no Are, die een zóó voortreffelijk geheugen had, dat hij “met zijn mond kon herhalen al wat voor zijn oogen kwam, en in zijn hart alles opteekende, wat zijn oor trof.” Het is mogelijk, dat Hiyeda no Are één der Kataribe of “Voordragers” was, wier taak het was, “oude woorden” voor te dragen voor den Mikado aan het Hof van Nara bij zekere plechtige openbare gelegenheden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings