← Table of contents
Mythen & Legenden van Japan

Note 1 — Hoofdstuk XXIX. Bovennatuurlijke Wezens.

B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation

Wij hebben reeds vroeger melding gemaakt van den Tengu, en wel in het verhaal van Yoshitsune en Benkei.1 Men zal zich herinneren, dat in die legende Yoshitsune, één der grootste krijgslieden van het Oude Japan, de krijgskunst leerde van den Koning der Tengu. Chamberlain beschrijft de Tengu als “een soort van aardgeesten, die rondwaren over de bergen en in de bosschen, en die een aantal guitenstreken uithalen. Zij hebben eenige verwantschap met vogels; want zij hebben vleugels en een snavel, en somtijds klauwen. Maar dikwijls wordt de snavel een breede en ontzaglijk lange menschelijke neus, en het geheele schepsel wordt als menschelijk voorgesteld, daar er niets vogelachtigs overblijft dan de waaier van veeren, waarmede het dier zich verkoelt. Dikwijls is het in bladeren gehuld, en draagt het een kleine muts op zijn kop. In één woord, de Tengu zijn goden van minderen rang, en zijn volleerd in de schermkunst en in het gebruik van wapenen in het algemeen. De teekens, waarmede de naam wordt geschreven, beteekenen ‘hemelsche hond’, doch deze naam leidt op een dwaalspoor, daar het schepsel geen gelijkenis heeft met een hond, en zooals wij reeds beschreven hebben, voor een deel er uitziet als een mensch, voor een deel als een vogel.” Er zijn nog andere overleveringen omtrent het woord Tengu, die van geheel anderen aard zijn; men verhaalt immers, dat Keizer Jomei dien naam gaf aan een meteoor, “die het luchtruim doorkliefde van oost naar west, onder een krachtige ontploffing.” Bovendien is er een nog oudere lezing, volgens welke de Tengu uitgevloeid waren uit Susa-no-o, den Ontstuimigen Jongeling, en ook nog, dat er vrouwelijke booze geesten waren met koppen van dieren en groote ooren en neuzen van een zóó ontzaglijke lengte, dat zij daarop menschen konden voortdragen en met dien last duizenden mijlen zonder vermoeienis konden voortvliegen, terwijl bovendien hun tanden zóó sterk en zóó scherp waren, dat die vrouwelijke demonen zwaarden en speren konden doorbijten. Nog steeds gelooft men, dat de Tengu bepaalde bosschen bewoont, en de schuilplaatsen van hooge bergen. In het algemeen gesproken is de Tengu geen kwaadaardig wezen, want hij heeft een sterk gevoel voor humor en is er dol op, iemand goedmoedig in het ootje te nemen. Somtijds echter verstopt de Tengu menschelijke wezens op geheimzinnige wijze, en als zij eindelijk naar huis terugkeeren, zijn zij volslagen krankzinnig geworden. Dit vreemde verschijnsel is bekend onder den naam van Tengu-kakushi, of door een Tengu verstopt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings