← Table of contents
Mythen & Legenden van Japan

Note 3 — Hoofdstuk VII. De Legende in de Japansche Kunst.

B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation

Sawara was een leerling in de woning van den kunstenaar Tenko, die een vriendelijk en bekwaam onderwijzer was, terwijl Sawara, zelfs reeds toen hij zijn kunstenaarsloopbaan aanving, veel voor de toekomst beloofde. Kimi, de nicht van Tenko, wijdde haar geheelen tijd aan haar oom en aan het bestuur van diens huishouding. Kimi was een schoone maagd, en het duurde niet lang, of zij werd smoorlijk verliefd op Sawara. De jonge leerling vond haar buitengewoon bekoorlijk, zelfs zóó, dat hij, als het noodig was, voor haar wilde sterven, en in zijn hart was hij heimelijk op haar verliefd. Hij deed in tegenstelling met Kimi, van zijn liefde echter weinig naar buiten blijken, daar hij zijn volle aandacht moest wijden aan zijn werk; wel was dit ook bij Kimi het geval, maar terwijl bij Sawara zijn werk boven zijn liefde ging, was voor Kimi alleen de liefde van beteekenis.

Terwijl Tenko op zekeren dag een bezoek bracht, kwam Kimi naar Sawara toe, en daar zij niet langer haar liefde kon bedwingen, deelde zij hem mede, hoezeer zij hem liefhad, en vroeg, of hij haar wilde huwen. Nadat zij dit verzoek had gedaan, zette zij thee voor haar minnaar neer, en wachtte zijn antwoord af.

Sawara deelde haar liefde, en zeide, dat het hem innig zou verheugen, met haar te huwen, maar hij voegde er aan toe, dat het huwelijk niet binnen de eerste twee of drie jaar kon plaats hebben, daar hij zich eerst een zelfstandigen werkkring moest hebben verworven en een beroemd kunstenaar moest geworden zijn.

Sawara, die zijn kunstkennis wilde vermeerderen, besloot te gaan studeeren onder een beroemd schilder, Myokei genaamd, en nadat hij alles had geregeld, nam hij afscheid van zijn meester en van Kimi, terwijl hij beloofde, dat hij dadelijk zou terugkeeren, als hij zich een naam had verworven en een groot kunstenaar was geworden.

Twee jaren gingen voorbij zonder dat Tenko of Kimi eenig nieuws van Sawara vernamen. Een aantal aanbidders van Kimi kwamen telkens bij haar oom met huwelijksaanzoeken, en Tenko overlegde bij zich zelf, wat hij onder die omstandigheden zou doen, toen hij een brief ontving van Myokei, waarin deze mededeelde, dat Sawara uitnemend werk leverde, en dat hij wenschte, dat zijn voortreffelijke leerling met zijn dochter zou huwen.

Tenko meende, misschien wel niet ten onrechte, dat Sawara Kimi geheel had vergeten, en dat hij niets beter kon doen dan haar ten huwelijk te geven aan Yorozuya, een vermogend koopman, en zoo ook den wensch te vervullen van Myokei, dat Sawara zou huwen met de dochter van den grooten schilder. Met dat doel voor oogen besloot Tenko een list te gebruiken, en riep hij Kimi bij zich en sprak:

“Kimi, ik heb een brief ontvangen van Myokei, en ik vrees, dat het treurige nieuws, dat die brief bevat, u zeer veel verdriet zal doen. Myokei wenscht, dat Sawara met zijn dochter huwt, en ik heb hem geantwoord, dat ik mijn volle toestemming geef voor die verbintenis. Ik ben er zeker van, dat Sawara u heeft veronachtzaamd, en daarom ben ik er op gesteld, dat gij met Yorozuya huwt, die, naar mijn innige overtuiging, een voortreffelijk echtgenoot voor u zal zijn.”

Toen Kimi die woorden hoorden, weende zij bitter, en ging zonder een woord te spreken naar haar kamer.

Des morgens kwam Tenko in het vertrek van Kimi, maar zijn nicht was verdwenen, en zelfs na een langdurig onderzoek, dat volgde, was hij niet in staat te ontdekken, waar zij gebleven was.

Toen Myokei het antwoord op zijn brief had ontvangen, deelde hij den veelbelovenden kunstenaar mede, dat hij wenschte, dat hij zijn dochter zou huwen, opdat er aldus een schildersfamilie zou worden gesticht; maar Sawara was verbaasd, toen hij dit buitengewone nieuws vernam, en vertelde dat hij de eer, van zijn schoonzoon te worden, niet kon aannemen, omdat hij reeds verloofd was met de nicht van Tenko.

Sawara zond nu, helaas te laat, brieven naar Kimi, en toen hij geen antwoord kreeg, vertrok hij naar zijn oude woonplaats, kort na den dood van Myokei.

Toen hij de kleine woning bereikte, waar hij zijn eerste lessen in de schilderkunst had ontvangen, vernam hij tot zijn groote ergernis, dat Kimi haar ouden oom had verlaten, en na eenigen tijd trouwde hij met Kiku (“Chrysanthemum”), de dochter van een vermogend landbouwer.

Korten tijd na zijn huwelijk werd hem door den Heer van Aki opgedragen, de zeven tooneelen der eilanden Kabakarijima te schilderen, die op gouden schermen moesten worden aangebracht. Hij vertrok dadelijk naar die eilanden en maakte een aantal ruwe schetsen. Terwijl hij daarmede bezig was, ontmoette hij aan het strand een vrouw met een rood kleed om de lendenen, en met loshangend haar, dat over haar schouders viel. Zij droeg kreeften in haar mand, en zoodra zij Sawara zag, herkenden zij hem.

Eene Kakemono Geestverschijning
Eene Kakemono Geestverschijning

Eene Kakemono Geestverschijning

“Gij zijt Sawara en ik ben Kimi”, zoo sprak zij, “met wien gij verloofd zijt”. “Het gerucht omtrent uw huwelijk met de dochter van Myokei was valsch, en mijn hart is innig verheugd, want niets staat ons huwelijk nu meer in den weg”.

“Helaas! arme, vreeselijk verongelijkte Kimi, dat kan niet geschieden”, antwoordde Sawara. “Ik dacht, dat gij Tenko hadt verlaten en mij vergeten waart, en daar ik overtuigd was, dat dit werkelijk waar was, heb ik Kiku, de dochter van een landbouwer, gehuwd”.

Kimi sprong als een opgejaagd hert, zonder een woord te zeggen, langs het strand en trad haar kleine hut binnen, terwijl Sawara achter haar aan holde en haar voortdurend bij haar naam riep. Hij zag voor zijn oogen, hoe Kimi een mes opnam, en dat in haar hals stak; een volgend oogenblik lag zij dood op den grond. Sawara weende, toen hij haar in den dood aanschouwde, en lette op de vredige schoonheid van den Dood op haar wangen, terwijl hij voor het eerst een stralenkrans zag in haar door den wind uitgespreide haren. Zij was nu zóó schoon en zóó liefelijk, dat hij, zoodra hij zijn tranen had bedwongen, een schets maakte van de vrouw, die hem zóózeer had liefgehad, maar door het lot zóó diep was getroffen. Boven het peil van den vloed begroef hij haar, en toen hij zijn eigen huis had bereikt, haalde hij de ruwe schets te voorschijn, schilderde een beeld van Kimi, en hing die als Kakemono aan den muur.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings